closeTerug naar inventaris

Transcriptie

naer

eninge

te

3

verdeelt werden voor al zullen de hoofden in

alles goede voorgangers zijn, en zig schikkelijk

en stigtelijk dragen, wezende althoos wel op

hoede, dewijle bekent is, dat hoe wel genegen

al dezen lant aert schijnt, dezelve Egter noijt

ten vollen te vert rouwen is, soo dat men althoos

daermede moet om gaen zonder het egter te

laten blijcken, eeen als met bedekte vijanden,

Waeromme u: E: E=s ook zoo weijnigh als

't mogelijk is, het volk aenlant zult laten

gaen, ende dan nog niet meer, wanneer het

de gelegentheijt off noot vereijscht als twee

ofte drie man te gelijk, en bij gebrek van

water off branthout zulcx liever op een zome,

dan omtrent bewoonde plaetse zoeken,

Waer mede vaer wel blijft godt bevolen, onderÔÇ×

stondt U:E: L=s vrunt en was getekent Robbertus

ads= Brugge, in margine stont Nassauw 14=en

8ber: 1682:/.

Toelo=Aij,

Aen=r Coopman Mons=r

Nicolaes de Samonsaigne,

Er Lagne Voorsinige

seer Oescrese S=r

Het ongeval der Couwresen overgekomen

achtervolgens UE: schrijvens van Gisteren

en des annachodas verklaringe is beklaeglijk, en

des temeer dat dusdanigh door de brusgheijt

vanden

1

wegens 'tongeval van:

couweresen, annachoda

opt ijlant Ahun/

75