closeTerug naar inventaris

Transcriptie

Ten

25

Ten wegende dat naar het ontseth de

fransen engelsen en deenen bij den

jangen koningh komende, om den selven

met de verkregen victorie geluk te

wenschen, sijn hoogh=t met een vinger

aanwees, en bij naam noemde wien

van d’ engelsen sijn hoogh=t alme

vijandts wercken selfs gesien hadde

waar over seer vergraindt wierdt ende

de Engelsen ter stont deeden wegh

gaan en souden deselven altemaal

hebben doen om brengen in diende heere

S=r Martin en tack zulx, sijn hoogh=t

niet hadden afgeraaden heeft echter

naderhandt de Engelsen doen aan„

seggen aanstonts met haare scheepen

en coopmanschappen te vertrecken

tot welckers afvoerde nederlandtse

Comp=e haar met volck en vaartuijgen

mitsg=s scheepen tot haar hulp en

dienst gerieft hebben.

thiende dat twee dagen naar het

ontseth m=r switting hem geseght

hadde verstaan te hebben dat den

Jongen koningh alle de engelsen

wilde doen om brengen waar op hij

attestant geantwoordt hadde dat

sulx, niet waar was en door onse

bevelhebbers zijn hoogheijdt

afgeraaden en dat zij engelsen

daar van geen noodt hadden soo

langh de hollanders op bartam

waren.

Eijndelijk