Transcriptie
Van de ingekogte Wooninge —
P:r Extract van 27: Maart anno Hanstij, gelast zijnde met het
Extrueeren van het Gouvernement, wat meerder voortzarendheid
te bebruijken, als tot heeden toe plaats gehad heeft; zo vind den
Teekenaar zig genoodzaakt, tot opheldering van uw wel Ed: Gestr:
Groot Agtb: en tot voorkoming van ontschuldige oordeelen, het
volgende ter needer te stellen. beroepende mij in d’ Eerste plaats,
op deese laaste drie Jaarige Rapporten, welke aantoons, hoe veele
differente Werken er reeds Voltovijd zijn, tusschen dien tijd dat dit
Gebouw onderhanden geweest is, en hoo Veele andere kleine werken,
dien wel bij de maandelijkse pecificatie bekent Staan; dog
om de geringheid in dit Rapport niet gemeld word, egter andere
werken door Leiden moeten dit een, en ander; zal denkelijk ge„
„noegzaam aantoonen dat er heere Vertraging bij de Werken, heeft
plaats schad; maar steeds, met alle ijser en Vlijt dezelve, hub
tragten door te zetten; laatende des kundige hier Verder over„
Coordeelen, Welke werken er meerder konden Verrigt worden;
door Derthien Metzelaars, Waar van door de bank er Twee,
of Drie van Ziek zijn, en met 3 â 24: Timmerlieden, Waar van
er somtijds, tot 7: en 8: nnsgelijks ziek zijn, dog seedert Een, en een ha
Iaar, dat de werken gesupteerd geworden zyn, met Een en Twintig
Timmerlieden, doed het nagenoegen voortgaan
De Supleering van 100: Guartslieden, heeft niet hooger plaats
gehad, dan tot 68: Coppen, Seedert weeder alesent geraakt, zo oor
niet