closeTerug naar inventaris

Transcriptie

371

Van Banda onderdato 3:' Maij 1733

dat alles hier nog in een goede wel

stand is en uw g’eerde bekomt den tim

werman Jan Martensz: wijl, ’t welk

hij zijn dienst hebbe gedaen wegens

kappen van kromhouten thans overkomt

en wijders versoek uE: g’Eerde om tun

merluij om de orombaij te laeten voor

sien ’t welk gansch ongetramponneerde

zijnde volgens resilatie van de gem: tim

merman Jan Marlensz: wijt met meer

hebbende om dese teverlengen pal. ik

afbreeken met alle eerbier en onderdanig

rispect verblijven /:onderstond:/ als.

voren /.was getekend:/ J: W: reggers

ter zijde ./ Rokingae den 2. febr:

a:o 1733.

Neira

aen als voren

op zijn teijd zijn verEerd met uEd:

letteren van 21. der afgeweeken maend

bij welke occagie mede overgekomen den

den onderstuurman Jetse siionsz.

om gebragt te werden aen het eerst uijt

de west komende schep vervolgens

zijn bij mij ontboden de erfgenauren

van dirk Zalvadoor Z: en haar le

den aengesegd om zig ondermalkander

te